vaccinatiebeleid

Nieuw vaccinatiebeleid
Vaccinatie is aan veranderingen onderhevig
Het is zonder twijfel een feit dat het vaccineren tegen infectieziekten in de afgelopen decennia veel ellende bij honden heeft voorkomen. Met name hondenziekte en parvo-virus komen dankzij het vaccinatiebeleid niet
tot nauwelijks meer voor. Echter, de opvatting dat vaccineren alleen maar positieve effecten heeft en dus geen nadelige gevolgen, staat de laatste jaren ter discussie, evenals de opvatting dat uw hond jaarlijks zijn vaccinatie moet krijgen.
Nieuw vaccinatiebeleid
Steeds vaker komen de volgende standpunten uit de wetenschappelijke wereld naar voren:
Jaarlijkse vaccinatie is onnodig
Dat komt omdat vaccins de vorming van antistoffen tegen besmettelijke ziekten stimuleren en deze antistoffen blijven jaren
in het systeem, waarschijnlijk het hele leven.
Het enige wat de jaarlijkse vaccinatie
doet, is het inbrengen van virussen die worden
uitgeschakeld door de reeds uit de eerder
gegeven vaccinatie opgebouwde antistoffen;
er vindt dus geen aanvullende bescherming plaats.
Vaccins zijn niet onschadelijk. Bijwerkingen en
nadelige gevolgen kunnen worden beperkt door
onnodige vaccinaties te mijden.

Jaarlijkse vaccinatie onnodig?
Mensen zijn voor vele ziekten waartegen zij in
hun kindertijd zijn gevaccineerd hun hele leven
lang immuun. Waarom zou ditzelfde niet gelden
voor dieren?
Men heeft dit getest op honden, die men
vaccineerde tegen rabiës, parvo, kennelhoest
en hondenziekte en stelde ze na een aantal
jaren bloot aan de deze virussen. De dieren
bleven gezond. Vele jaren na de vaccinatie
deed men nog een meting van de hoeveelheden
antistoffen in het bloed van de honden en men
concludeerde dat de deze hoeveelheden voldoende waren voor het voorkomen van de ziekten.
De laatste tijd komt zelfs steeds meer de mening
naar voren dat het eens per drie jaar vaccineren
van honden nog teveel van het goede is. Reden
hiervoor is dat ook in dit geval de in het lichaam
aanwezige antistoffen het virus in het vaccin
uitschakelen en er dus niet meer antistoffen
geproduceerd worden. De richtlijn van eens
in de drie jaar vaccineren wordt gezien als een
concessie van de wetenschap, ten opzichte van
de dierenartsen die een hoop inkomsten moeten
missen wanneer men hun huisdier niet meer
jaarlijks laten vaccineren.
Vaccineren kan nadelige gevolgen hebben
Immuunsysteem.
De laatste jaren wordt het steeds duidelijker dat
vaccinaties een negatief effect kunnen hebben
op het immuunsysteem.
Er zijn gevallen bekend van dermatitis en conjunctivitis
(bindvliesontsteking).
Maagdarmproblemen
Wetenschappers beweren dat het levend virusvaccin de veroorzaker is van het de
ziekte van Crohn
(chronische darmontsteking). Ontstekingen van het maagdarmkanaal zouden een bijverschijnsel van het vaccineren zelf zijn, niet van een bepaald soort vaccin.
Overgevoeligheidsreacties
Er zijn meldingen van de volgende reacties van
honden op vaccinaties: rusteloosheid, overgeven,
diarree en kortademigheid. In sommige gevallen zou
het uiteindelijk zelfs tot bewusteloosheid en dood leiden.
Tumoren
Steeds vaker moet worden vastgesteld dat op de plek van een vaccinatie zich een tumor ontwikkeld. De tumoren ontstaan door het gebruik van geïnactiveerde entstoffen
(dode entstof). Door een chronische ontstekingsreactie
op de plaats van de enting, wat wordt veroorzaakt door het adjuvans (toegevoegde stof, die de werking van het
vaccin ondersteunt), kunnen bepaalde type tumoren, ook wel fibrosarcomen genoemd, ontstaan. Vanwege het risico van het ontstaan van fibrosarcomen zijn er dierenartsen in Amerika begonnen met het enten in de
staart of een achterpoot, met het argument dat deze lichaamsdelen geamputeerd kunnen worden indien er een fibrosarcoom ontstaat. Helaas lijkt het erop dat niet alleende geïnactiveerde vaccins kunnen leiden tot fibrosarcomen, maar ook levende entingen en entstoffen van Rabiës.
Wetenswaardigheden over vaccinaties
De diergeneeskunde (ook de alternatieve diergeneeskunde) kan tegen een aantal agressieve virusziekten zoals hondenziekte en parvo niets doen op het moment dat de
ziekte uitbreekt en er onvoldoende immuniteit bij de hond bestaat.

De preventieve werking van vaccinaties is wetenschappelijk bewezen.
Een vaccinatie beschermt niet altijd 100 %. Een voorbeeld daarvan is de enting tegen niesziekte bij de kat.
Vaccinaties belasten de weerstand van een dier. Een homeopathische behandeling werkt bijvoorbeeld na een vaccinatie minder goed.
Vaccinaties kunnen nadelig werken op het immuunsysteem van een hond. Na een vaccinatie wordt in een klein aantal gevallen chronische storingen van de luchtwegen en het maagdarm kanaal waargenomen.
Bepaalde kwaadaardige tumoren en bloedziekten
worden steeds vaker in verband gebracht met vaccineren.
Het is niet uitgesloten dat reacties op vaccinaties nog niet als zodanig worden herkend.
We zien het niet of we brengen het niet in verband met de vaccinatie.
Ziekten tengevolge van het vaccineren (vaccinoses) kunnen niet altijd met succes worden behandeld.
Met beleid vaccineren
Het vaccineren van uw hond is dus niet zomaar even een prikje halen.
Er moet goed nagedacht worden over welke vaccinaties nodig zijn en hoe vaak. Dit is afhankelijk van de situatie van uw huisdier en zijn omgeving. Wat is de besmettingskans? Hoe agressief is het virus?
Hoe oud is de hond? Het volgende is dan ook in
overweging te nemen in uw besluit hoe vaak en
waartegen u uw hond wilt enten:
Alleen gezonde honden vaccineren
Een gedegen lichamelijk onderzoek alvorens te
vaccineren zou standaard gedaan moeten worden.
Indien een hond gezondheidsproblemen heeft, moet men uiterst voorzichtig zijn met vaccineren, daar dit meer ellende dan voordelen op kan leveren.
Niet te jong en niet te oud
Is de hond te jong, dan heeft het waarschijnlijk nog antistoffen van de moeder in het lichaam die de vaccinatie teniet doen. Bij oudere honden kan de aanslag van een vaccinatie op de weerstand groteregevolgen hebben, daar de weerstand bij oudere honden verminderd.
Dode entstof
Jonge pups, oude honden en gevoelige honden
(bijvoorbeeld die eerder een entreactie vertoonden)
zouden met dode entstof gevaccineerd kunnen worden.
Deze vaccins zijn minder belastend op de afweer.
Echter, dode vaccins zijn wel veiliger, maar resulteren in een mindere immuniteit voor een kortere periode.
Niet te vaak
Omdat we de laatste jaren steeds meer te weten zijn gekomen over de reactie van het afweersysteem op vaccinaties, kan het aantal entingen tegen ziektes als bijvoorbeeld hondenziekte verlaagd worden naar
eens in de drie jaar. Na 2 - 3 entingen is vaccinatie voor de rest van het leven vrijwel zeker niet meer nodig, vooral niet als de besmettingskans gering is.
Alleen indien nodig
Het valt aan te bevelen niet te enten tegen ziekten, die geen gevaar vormen of een zeer mild verloop hebben.
Reacties vastleggen
Het is van belang om de reacties op een enting, eg.
in een periode van 3 - 6 weken na de enting, vast te leggen. Deze informatie kan later van pas komen.
Gevoeligheid verschillende rassen
Bepaalde rassen zijn gevoeliger voor entreacties
en/of storingen in het immuunsysteem.
Waarom enten men nog steeds jaarlijks?
Ten eerste is een vaccinatie niet ouder dan een
jaar verplicht indien u uw huisdier wilt onderbrengen in een pension, met uw dier naar een show wilt,
met uw dier naar het buitenland wilt of met het dier wilt fokken. De vaccinatieplicht voor deze en andere activiteiten is de laatste jaren veelal strenger geworden
in plaats van versoepeld!

Er zit een grote vertraging tussen het moment
waarop er in de wetenschap nieuwe vindingen
zijn gedaan en de uitvoering in de praktijk. Het
kan dus enkele jaren duren voordat praktiserende dierenartsen hun ziens- en handelswijze aanpassen m.b.t.
nieuwe inzichten.
Een goede dierenarts wijst u op de voor- en nadelen van het vaccineren van uw huisdier, waarna u zelf kunt besluiten tegen welke ziekten en hoe vaak u uw dier wilt vaccineren. Echter niet alle dierenartsen zijn overtuigd
van het feit dat we met veel minder vaccineren toe kunnen en dat vaccineren nadelige gevolgen kan hebben.
Het afschaffen van de jaarlijkse enting betekent een drastische daling in de inkomsten van vele dierenartsen.
Een dierenarts kan dus economische redenen hebben u niet te adviseren minder te gaan enten.
Ook de farmaceutische industrie verdient goed aan de jaarlijkse enting van uw huisdier en zal niet snel genegen zijn het standpunt van jaarlijks vaccineren te wijzigen.
Zolang een huisdiereigenaar het advies blijft krijgen om jaarlijks te enten omdat dit het beste is voor de gezondheid
van het dier, zonder op de gevaren gewezen te wordenen zonder geïnformeerd te worden over het feit dat vervolgvaccinaties geen verbeterde immuniteit tegen ziekten
oplevert, zal de eigenaar de jaarlijkse enting blijven halen om de 'bestwil' van het dier.
Een hond die ziek is (diarree, braken of wat dan ook) en tegen zijn entingdatum aanzit, mag NOOIT in die staat
worden geënt. Wacht eerst tot het dier volledig is hersteld en stel het minimaal een aantal weken uit.
Ook is het niet verstandig tegelijkertijd met de enting te ontwormen. Dit mag nooit gelijktijdig gebeuren. Honden op antibioticakuren mogen ook NOOIT tegelijkertijd worden geënt of ontwormd.
Het is verstandig om honden met epilepsie of andere auto-immuunziekten helemaal niet te enten.
Bertha Slagter van cattery Castlemania; en info somali
Geraadpleegde literatuur:
· Are we vaccinating too much? Door Catherine O'Driscoll
· Vaccineren wij teveel? Samenvatting van het artikel van Catherine O'Driscoll
vertaald door J. van der Wijk
· Vaccinaties. Westerhuis - kliniek voor gezelschapsdieren.
http://www.uwdierenkliniek.nl/
· Behandelingsmogelijkheden voor gezelschapsdieren met kanker door Drs. J. de Vos en
Dr. S. Verschuren. www.ottenhorst.nl


Vaccinatie is aan veranderingen onderhevig
Het is zonder twijfel een feit dat het vaccineren tegen infectieziekten in de afgelopen decennia veel ellende bij honden heeft voorkomen. Met name hondenziekte en parvo-virus komen dankzij het vaccinatiebeleid niet
tot nauwelijks meer voor. Echter, de opvatting dat vaccineren alleen maar positieve effecten heeft en dus geen nadelige gevolgen, staat de laatste jaren ter discussie, evenals de opvatting dat uw hond jaarlijks zijn vaccinatie moet krijgen.
Nieuw vaccinatiebeleid
Steeds vaker komen de volgende standpunten uit de wetenschappelijke wereld naar voren:
Jaarlijkse vaccinatie is onnodig
Dat komt omdat vaccins de vorming van antistoffen tegen besmettelijke ziekten stimuleren en deze antistoffen blijven jaren
in het systeem, waarschijnlijk het hele leven.
Het enige wat de jaarlijkse vaccinatie
doet, is het inbrengen van virussen die worden
uitgeschakeld door de reeds uit de eerder
gegeven vaccinatie opgebouwde antistoffen;
er vindt dus geen aanvullende bescherming plaats.
Vaccins zijn niet onschadelijk. Bijwerkingen en
nadelige gevolgen kunnen worden beperkt door
onnodige vaccinaties te mijden.

Jaarlijkse vaccinatie onnodig?
Mensen zijn voor vele ziekten waartegen zij in
hun kindertijd zijn gevaccineerd hun hele leven
lang immuun. Waarom zou ditzelfde niet gelden
voor dieren?
Men heeft dit getest op honden, die men
vaccineerde tegen rabiës, parvo, kennelhoest
en hondenziekte en stelde ze na een aantal
jaren bloot aan de deze virussen. De dieren
bleven gezond. Vele jaren na de vaccinatie
deed men nog een meting van de hoeveelheden
antistoffen in het bloed van de honden en men
concludeerde dat de deze hoeveelheden voldoende waren voor het voorkomen van de ziekten.
De laatste tijd komt zelfs steeds meer de mening
naar voren dat het eens per drie jaar vaccineren
van honden nog teveel van het goede is. Reden
hiervoor is dat ook in dit geval de in het lichaam
aanwezige antistoffen het virus in het vaccin
uitschakelen en er dus niet meer antistoffen
geproduceerd worden. De richtlijn van eens
in de drie jaar vaccineren wordt gezien als een
concessie van de wetenschap, ten opzichte van
de dierenartsen die een hoop inkomsten moeten
missen wanneer men hun huisdier niet meer
jaarlijks laten vaccineren.
Vaccineren kan nadelige gevolgen hebben
Immuunsysteem.
De laatste jaren wordt het steeds duidelijker dat
vaccinaties een negatief effect kunnen hebben
op het immuunsysteem.
Er zijn gevallen bekend van dermatitis en conjunctivitis
(bindvliesontsteking).
Maagdarmproblemen
Wetenschappers beweren dat het levend virusvaccin de veroorzaker is van het de
ziekte van Crohn
(chronische darmontsteking). Ontstekingen van het maagdarmkanaal zouden een bijverschijnsel van het vaccineren zelf zijn, niet van een bepaald soort vaccin.
Overgevoeligheidsreacties
Er zijn meldingen van de volgende reacties van
honden op vaccinaties: rusteloosheid, overgeven,
diarree en kortademigheid. In sommige gevallen zou
het uiteindelijk zelfs tot bewusteloosheid en dood leiden.
Tumoren
Steeds vaker moet worden vastgesteld dat op de plek van een vaccinatie zich een tumor ontwikkeld. De tumoren ontstaan door het gebruik van geïnactiveerde entstoffen
(dode entstof). Door een chronische ontstekingsreactie
op de plaats van de enting, wat wordt veroorzaakt door het adjuvans (toegevoegde stof, die de werking van het
vaccin ondersteunt), kunnen bepaalde type tumoren, ook wel fibrosarcomen genoemd, ontstaan. Vanwege het risico van het ontstaan van fibrosarcomen zijn er dierenartsen in Amerika begonnen met het enten in de
staart of een achterpoot, met het argument dat deze lichaamsdelen geamputeerd kunnen worden indien er een fibrosarcoom ontstaat. Helaas lijkt het erop dat niet alleende geïnactiveerde vaccins kunnen leiden tot fibrosarcomen, maar ook levende entingen en entstoffen van Rabiës.
Wetenswaardigheden over vaccinaties
De diergeneeskunde (ook de alternatieve diergeneeskunde) kan tegen een aantal agressieve virusziekten zoals hondenziekte en parvo niets doen op het moment dat de
ziekte uitbreekt en er onvoldoende immuniteit bij de hond bestaat.
De preventieve werking van vaccinaties is wetenschappelijk bewezen.
Een vaccinatie beschermt niet altijd 100 %. Een voorbeeld daarvan is de enting tegen niesziekte bij de kat.
Vaccinaties belasten de weerstand van een dier. Een homeopathische behandeling werkt bijvoorbeeld na een vaccinatie minder goed.
Vaccinaties kunnen nadelig werken op het immuunsysteem van een hond. Na een vaccinatie wordt in een klein aantal gevallen chronische storingen van de luchtwegen en het maagdarm kanaal waargenomen.
Bepaalde kwaadaardige tumoren en bloedziekten
worden steeds vaker in verband gebracht met vaccineren.
Het is niet uitgesloten dat reacties op vaccinaties nog niet als zodanig worden herkend.
We zien het niet of we brengen het niet in verband met de vaccinatie.
Ziekten tengevolge van het vaccineren (vaccinoses) kunnen niet altijd met succes worden behandeld.
Met beleid vaccineren
Het vaccineren van uw hond is dus niet zomaar even een prikje halen.
Er moet goed nagedacht worden over welke vaccinaties nodig zijn en hoe vaak. Dit is afhankelijk van de situatie van uw huisdier en zijn omgeving. Wat is de besmettingskans? Hoe agressief is het virus?
Hoe oud is de hond? Het volgende is dan ook in
overweging te nemen in uw besluit hoe vaak en
waartegen u uw hond wilt enten:
Alleen gezonde honden vaccineren
Een gedegen lichamelijk onderzoek alvorens te
vaccineren zou standaard gedaan moeten worden.
Indien een hond gezondheidsproblemen heeft, moet men uiterst voorzichtig zijn met vaccineren, daar dit meer ellende dan voordelen op kan leveren.
Niet te jong en niet te oud
Is de hond te jong, dan heeft het waarschijnlijk nog antistoffen van de moeder in het lichaam die de vaccinatie teniet doen. Bij oudere honden kan de aanslag van een vaccinatie op de weerstand groteregevolgen hebben, daar de weerstand bij oudere honden verminderd.
Dode entstof
Jonge pups, oude honden en gevoelige honden
(bijvoorbeeld die eerder een entreactie vertoonden)
zouden met dode entstof gevaccineerd kunnen worden.
Deze vaccins zijn minder belastend op de afweer.
Echter, dode vaccins zijn wel veiliger, maar resulteren in een mindere immuniteit voor een kortere periode.
Niet te vaak
Omdat we de laatste jaren steeds meer te weten zijn gekomen over de reactie van het afweersysteem op vaccinaties, kan het aantal entingen tegen ziektes als bijvoorbeeld hondenziekte verlaagd worden naar
eens in de drie jaar. Na 2 - 3 entingen is vaccinatie voor de rest van het leven vrijwel zeker niet meer nodig, vooral niet als de besmettingskans gering is.
Alleen indien nodig
Het valt aan te bevelen niet te enten tegen ziekten, die geen gevaar vormen of een zeer mild verloop hebben.
Reacties vastleggen
Het is van belang om de reacties op een enting, eg.
in een periode van 3 - 6 weken na de enting, vast te leggen. Deze informatie kan later van pas komen.
Gevoeligheid verschillende rassen
Bepaalde rassen zijn gevoeliger voor entreacties
en/of storingen in het immuunsysteem.
Waarom enten men nog steeds jaarlijks?
Ten eerste is een vaccinatie niet ouder dan een
jaar verplicht indien u uw huisdier wilt onderbrengen in een pension, met uw dier naar een show wilt,
met uw dier naar het buitenland wilt of met het dier wilt fokken. De vaccinatieplicht voor deze en andere activiteiten is de laatste jaren veelal strenger geworden
in plaats van versoepeld!
Er zit een grote vertraging tussen het moment
waarop er in de wetenschap nieuwe vindingen
zijn gedaan en de uitvoering in de praktijk. Het
kan dus enkele jaren duren voordat praktiserende dierenartsen hun ziens- en handelswijze aanpassen m.b.t.
nieuwe inzichten.
Een goede dierenarts wijst u op de voor- en nadelen van het vaccineren van uw huisdier, waarna u zelf kunt besluiten tegen welke ziekten en hoe vaak u uw dier wilt vaccineren. Echter niet alle dierenartsen zijn overtuigd
van het feit dat we met veel minder vaccineren toe kunnen en dat vaccineren nadelige gevolgen kan hebben.
Het afschaffen van de jaarlijkse enting betekent een drastische daling in de inkomsten van vele dierenartsen.
Een dierenarts kan dus economische redenen hebben u niet te adviseren minder te gaan enten.
Ook de farmaceutische industrie verdient goed aan de jaarlijkse enting van uw huisdier en zal niet snel genegen zijn het standpunt van jaarlijks vaccineren te wijzigen.
Zolang een huisdiereigenaar het advies blijft krijgen om jaarlijks te enten omdat dit het beste is voor de gezondheid
van het dier, zonder op de gevaren gewezen te wordenen zonder geïnformeerd te worden over het feit dat vervolgvaccinaties geen verbeterde immuniteit tegen ziekten
oplevert, zal de eigenaar de jaarlijkse enting blijven halen om de 'bestwil' van het dier.
Een hond die ziek is (diarree, braken of wat dan ook) en tegen zijn entingdatum aanzit, mag NOOIT in die staat
worden geënt. Wacht eerst tot het dier volledig is hersteld en stel het minimaal een aantal weken uit.
Ook is het niet verstandig tegelijkertijd met de enting te ontwormen. Dit mag nooit gelijktijdig gebeuren. Honden op antibioticakuren mogen ook NOOIT tegelijkertijd worden geënt of ontwormd.
Het is verstandig om honden met epilepsie of andere auto-immuunziekten helemaal niet te enten.
Bertha Slagter van cattery Castlemania; en info somali
Geraadpleegde literatuur:
· Are we vaccinating too much? Door Catherine O'Driscoll
· Vaccineren wij teveel? Samenvatting van het artikel van Catherine O'Driscoll
vertaald door J. van der Wijk
· Vaccinaties. Westerhuis - kliniek voor gezelschapsdieren.
http://www.uwdierenkliniek.nl/
· Behandelingsmogelijkheden voor gezelschapsdieren met kanker door Drs. J. de Vos en
Dr. S. Verschuren. www.ottenhorst.nl
